Bereidingen en het thermisch effect van voeding op ons lichaam

Bereidingen en het thermisch effect van voeding op ons lichaam

In een vorig artikel beschreven we de thermische werking van voeding en hoe we dit zelf kunnen bepalen door gebruik te maken van bepaalde bereidingstechnieken.

Korte bereidingen

Korte bereidingen werken vooral verkoelend en geven een kortstondige, opgaande energie aan het lichaam. Ze zijn vooral voedend voor de meer oppervlakkige organen zoals lever, galblaas, hart en longen. Deze organen hebben licht verteerbaar voedsel nodig om goed te functioneren en korte bereidingen zorgen voor een knapperig effect in de maaltijd en geven je energie.

Geperste groenten en pickels zijn zeer goed voor het herstellen en onderhouden van de darmflora. Bij de korte bereidingen is er een optimaal behoud van vitaminen en mineralen.

Lange bereidingen

Lange bereidingen werken vooral verwarmend en geven een langere, meer dalende energie in het lichaam. Ze voeden voornamelijk de dieper liggende organen zoals de maag, milt, alvleesklier, nieren en darmen. Deze organen hebben zacht, zoet en warm voedsel nodig om goed te functioneren. Doordat alle groenten die op een lange manier bereid zijn zoet worden, vang je er al een deel van je zoete behoefte mee op, waardoor je tussen de maaltijden door minder wil snoepen.

Lange bereidingen geven je ook een ontspannen gevoel.

Hoe gezond en vitaminerijk een slaatje dus misschien ook is, het voedt dus heel wat belangrijke organen helemaal niet en je zal je steeds vaker na een maaltijd onbehaaglijk en zelfs al heel snel weer hongerig en humeurig voelen als je enkel rauwe voeding eet.

Warme maaltijden daarentegen geven je een beter gevoel en zetten je organen aan om je metabolisme te optimaliseren.

Het is dus van belang om steeds korte en lange bereidingen in een maaltijd te combineren zodat alle organen worden gevoed en de aanbreng van alle nodige vitaminen en mineralen gegarandeerd wordt. Deze combinatie zal je ook echt verzadigen waardoor je minder snel honger zal hebben.

Het vraagt misschien wel een andere organisatie wat je boodschappen en je keukenactiviteiten betreft maar het is een kleine investering die je vrijwel meteen dubbel en dik terugverdient.

Een kookstijl per seizoen?

Het is ook van belang om je kookstijl aan te passen aan het seizoen.

In de zomer zal je in verhouding meer korte bereidingen eten en in de winter zal je meer lange bereidingen eten. Echter blijf je de maaltijden dus best altijd aanvullen met de andere bereidingen.

De winter komt eraan …

De winter is in aantocht en het is weer tijd voor lekkere stoofpotjes, ovenschotels, etc.

Mogelijke lange bereidingen zijn:

  • Koken: voeding koken in water tot het zacht is
  • Pureren: Voeding in grote stukken snijden, gaar koken in een bodempje water en daarna pureren
  • Stoofpotje: Voeding in stukken snijden, stoven in olie en daarna langzaam gaar koken
  • Stew: Hetzelfde als een stoofpotje maar vochtiger.
  • Droog koken: Voeding in grote stukken snijden en in pakjes bij elkaar leggen, om daarna in een klein beetje water zachtjes gaar te worden.
  • Groentelucifers: Groenten in lucifers snijden en aanstoven in olie. Een klein beetje water toevoegen en dertig minuten op een laag vuurtje zacht laten worden.
  • Koken in de snelkookpan: Bij tijdsnood kan voeding in een snelkookpan klaargemaakt worden. Meestal worden gerechten in een snelkookpan zoeter. Ze kunnen echter ook bitter worden als ze te lang onder druk gekookt worden.
  • Bakken in de oven: Bij deze methode absorbeert het voedsel de energie gelijkmatig en straalt die vanuit het centrum uit waardoor het heel zoet wordt.

De bereidingstechniek kan de thermische werking van voeding dus echt wel veranderen. Koken, stoven, pureren, bakken in de oven en het toevoegen van kruiden en specerijen maken eten meer verwarmend. Zo is een peer verkoelend, maar een stoofpeer bereid met ondermeer kruidnagel heeft een verwarmende werking.

Bovendien is het gewoon een heerlijk gevoel om na een stevige herfstwandeling je lichaam te verwennen met iets warms.

 

Bron: De Gezondheidsster – Christel Stevens

Leave a Reply